Seizoen 25
Een explosieve groei. Meer kasten, meer kennis — en de eerste koninginnenteelt

Voorjaarsinspectie
Na een stille winter mochten we eindelijk weer aan de slag. De zon scheen de lucht was helder — en de spanning was voelbaar.
En toen kwam de opluchting:
Alle volken hebben de winter overleefd!
Een nieuw seizoen, een nieuwe start. Met elke kast die open ging, groeide het vertrouwen: dit jaar wordt een jaar van beweging, leren en groei.
Stuifmeelpootjes
Zodra het eerste lenteweer kwam, barstte het leven los. De vliegplank veranderde in een landingsbaan; bijen vlogen af en aan met stuifmeel in alle kleuren.
Die kleine, gele pootjes vertelden alles: er is broed, de koningin legt — het volk groeit.
Het seizoen staat in de startblokken. De energie is voelbaar. Dit wordt groot.


Een moment van stilte
Een zonnige, heldere dag. Even zitten bij de bijen, muziek op de achtergrond.
Ademen.
Een moment van stilte in een jaar vol beweging.
Soms is bij de bijen zijn precies wat je nodig hebt. Hier voelt alles kalm.
Dorstig bodempje
Thijs op de trekker, vol modder en focus.
Dankzij zijn werkgever B&K Noptrans (Lemmer) mochten we de trekker gebruiken én kregen we de zaden gesponsord.
De zon scheen, de grond had dorst, dus eerst water geven. Veel.
Een kale vlakte die wachtte op wat komen ging.

Bloemenzee sprintje
We hadden een plan: 750 m² bloemen inzaaien voor de bijen.
En waarmee deden we dat?
Met een mini-zaaikarretje.
Thijs heeft het hele veld zeker honderd keer op en neer gerend. Karretje vast in de modder, zweet op zijn rug… maar met een missie.
Alles voor een bloemenbuffet voor onze dames.
En dat karretje? Dat heeft het nèt overleefd.


Groei — en hoe
De volken deden het ongelooflijk goed. Binnen de kortste keren waren de volken op volle sterkte.
Veel stuifmeel, veel nieuw broed, geen varroa-problemen, rustige en tevreden dames.
De kasten barstten uit hun voegen.
En toen gebeurde het…

Van vijf naar twintig kasten
We maakten afleggers zonder dat de basisvolken ervan verzwakten. Die waren al zo gigantisch groot en sterk. Alles onder controle, geen stress bij de bijen.
Het ging snel, zo snel..
We gingen van vijf naar twintig kasten.
In het begin van één seizoen.
Nieuwe volken met verse koninginnen
Eigen Carnica F-koninginnen wel te verstaan.
Nieuwe koninklijke parels werden geboren tussen het warme raat — in hun eigen paleis.
Ze vlogen uit, hoog de lucht in, deden hun bruidsvlucht…en kwamen terug als nieuwe vorstin.
Wanneer het moment daar was, haalden wij haar voorzichtig uit de kast. Thijs markeerde haar met een druppeltje kleur:
een miniatuur kroon, voor een miniatuur koningin.
Daarna mocht ze terug. Terug naar haar hofhouding. Terug naar haar volk.


Hard werken, maar met plezier
Meer kasten betekent meer werk:
We moesten ramen voorzien van kunstraat, veel, heel veel. Meer kasten betekent ook, meer inkopen. Deeg, varroa bestrijding, suikerwater ter aanvulling bij het inwinteren.
En heel veel controleren
Maar ondertussen genoten we van het uitzicht: een bloemenzee waar we middenin mochten werken.


Honingoogst — explosie in de kasten
Halverwege het seizoen explodeerden de kasten van de honing.
Dankzij die bloemenzee met dat heerlijke bijensnoepje, verzamelden ze in drie weken tijd maar liefst zestig kilo honing.
Er moest geslingerd worden.
De slinger draaide, de ramen verdwenen één voor één.
Geur van was, honing, zomer.
Bezige bijtjes die imkers
Zoals elk jaar:
We graveerden het seizoen in één raam. 2025 — vastgelegd in was.
En we hielden ons tegelijkertijd met duizend-en-één andere deingen bezig. We ontwierpen etiketten, startten met cadeaupakketten, bijenwaskaarsen, en natuurlijk:
Bloemenhoning van Lemster Imkers, het allermooiste goud.







De droom van opa
Opa zei altijd:
“Jij moet dit later doen, jongen. Koninginnen telen.”
Dus begonnen we.
Cupjes vullen, larven overzetten — secuur werk, millimeter voor millimeter. Geen routine. Maar vakmanschap. En het lukte.
Onze eerste Carnica F1-moeren werden geboren én bevrucht.
De cirkel werd rond toen we er een paar mochten versturen naar oude vrienden van opa. Zijn droom, doorgegeven via de vleugels van bijen.
Inwinteren — afscheid tot de lente
De zomer zat nog in onze handen, maar de herfst stond al in de lucht.
We inspecteerden de kasten één voor één, voerden bij waar nodig, verkleinden de vliegopening, isoleerden tegen wind en storm. Alles wat we konden doen, deden we.
Want nu moeten we loslaten.
Inwinteren vinden wij nooit leuk. Het betekent: maanden wachten. Niet meer kijken. Niet meer openen.
Het volk moet het zelf doen — in het donker, in stilte.
Een laatste blik. Tot volgend jaar, lieve dames.


Klaar voor de volgende reis?







